Parkeergarage Hell

Als de hel bestaat, dan ziet ze er wellicht uit als een publieke ondergrondse parkeergarage. Te fel licht of kunstmatig licht, amper lucht, een onbenoembare kilheid zowel in temperatuur als in sfeer, en een waaier aan onaangename geluiden … het is maar omdat er elders geen parkeerplaatsen zijn en mijn auto er relatief veilig staat dat ik er voor kies te betalen.

In het meest recente nummer van Uit Magazine, lees ik het verslag van een team van de Vlaamse Automobilisten Bond dat zich de moeite getroostte de parkeergarages in de grote steden uit te testen. Op aangeven van het ochtendprogamma van Peeters & Pinchal op de Vlaamse Radio 1 .

Het begint ermee een parkeergarage te vinden. Dat is niet evident, want wordt bepaald door duidelijke signalisatie vanaf het binnenrijden van de stad en een goed herkenbare toegang tot de garage. Sommige garages zijn ook te vinden door een GPS te gebruiken.

Eens het duidelijk is waar ik de garage moet inrijden, is het de kunst zonder schade aan de spiegels links en recht, zonder krassen op het koetswerk en zonder een of ander paaltje omver te rijden mij op een duurbetaald plaatsje te wringen. Het zou ook handig zijn mocht het aantal vrije plaatsen ook per verdieping duidelijk aangeduid staan. Er mag dan wel aangeduid staan dat er nog vijf auto’s kunnen parkeren in een gebouw van 500 beschikbare plaatsen, maar zoek ze maar eens.

In het manoeuvreren in een parkeergarage vormen de bochten, zowel bij binnenrijden als bij wisselen van verdieping, de hoogte, soms beklemmend weinig, en de hellingsgraad, zeker van de uitrit, een grote uitdaging. Het is me al meermaals voorgevallen dat ik haast een paniekaanval kreeg door het te lage plafond of bij het aanschuiven bij de uitrit op een hellend vlak stil viel en er slechts met flink wat gas geven en het nodige angstzweet uit geraakte.

Vandaar dat ik meestal wacht om buiten te rijden tot ik in één keer een helling op kan rijden. Ik probeer ook niet te diep te parkeren, bijvoorbeeld niet op ‘min 5′ of ‘min 6′, waar ik me zonder overdrijven echt voel als een kanarie in een koolmijn.

Eenmaal binnen in de garage, is het natuurlijk zoeken naar een plekje waarin mijn auto past. Dat is niet altijd eenvoudig doordat mensen vaak niet snappen in welke richting ze moeten rijden. Als er pijlen staan, rijden mensen tegen de pijlen in. Als er kleuren zijn waar wel en waar niet in te rijden, negeren ze die. Het heeft volgens mij eerder te maken met gebrek aan karakter en wil dan met leeftijd of het hebben van autisme.

Ook het vinden van een parkeervak dat past voor mijn auto is niet eenvoudig. Gelukkig rij ik nog met een klein model (genre Polo-Twingo-Yaris), niet met een break, laat staan met een monovolume of SUV. Niettemin valt ‘t vaak niet mee om zonder veel manoeuvres in een parkeervak te raken. Dat komt niet alleen omdat parkeervakken steeds smaller worden, maar ook omdat rijlanen steeds minder ruim zijn. Tenzij er een hele generatie mensen niet meer goed zou kunnen rijden. Wat ik betwijfel.

Als ik al in een parkeervak geraak, en mijn auto zo centraal mogelijk probeer te plaatsen, is het een hele kunst om uit te stappen zonder schade in hetzij mijn eigen auto, de auto naast de mijne of beide auto’s te maken. Begrijpelijk dat mensen met een meer dan gemiddelde gezinswagen twee parkeervakken moeten innemen of gewoon weer de garage uit rijden zonder te parkeren. Het zou leuk zijn om op een plaats voor mensen met een handicap te staan, en het is mij ook toegestaan, mocht ik ze vinden en ze vrij zijn. Meestal zijn ze echter geen 3,50 meter breed en bevinden zich af en toe maar zeker niet altijd in de buurt van de uitgang. Bovendien is het risico om een beschadigde auto terug te vinden op zo’n ‘blauwe plaats’ heel wat groter dan op de anonieme plaatsen.

Ik ben dan ook een gelukkig mens als ik mijn auto heb achtergelaten en op zoek kan gaan naar de uitgang. Om die uitgang te vinden, volg ik meestal de bordjes naar de betaalautomaat. Die is zowat altijd goed aangeduid. Die automaten staan weliswaar zelden bij de in – of uitgang, maar verspreid over de verdiepingen, op een willekeurige plaats, zij het wel vaak in de buurt van een of andere trap. Een plattegrond hangt er meestal wel, maar is zelden overzichtelijk.

Het moeilijkste is echter het terugvinden van mijn auto. Na een paar uur of een dagje in de stad durf ik al eens vergeten waar mijn auto staat. Dat staat niet op mijn parkeerticket. Soms heeft mijn parkeervak een nummer en dan steek ik dat in mijn gsm als herinnering. Het zou natuurlijk leuk zijn mocht de nummering in zo’n parkeergarage een logica hebben. Per verdiep een kenteken, per segment een aanduiding (met fruit of dieren), per zone een code. Het kan in sommige gevallen een half uur tot driekwart duren van bij de ingang tot ik mijn auto teruggevonden heb. En dan heb ik niet eens gedronken of een slechte dag.

Die slechte dag komt er pas als ik merk hoeveel zo’n paar uurtjes parkeren mij kost. Zelfs in een kleinere stad al gauw 2 euro per gestart uur. Sommige parkeergarages slagen er bovendien in nog alleen automaten te maken die enkel met debetkaart of helemaal met munten werken. De hoge prijs is wellicht afgesproken met de openbare vervoersmaatschappijen, de trein, bus en tram, of met de taxi-bedrijven of met de groene lobby. Meestal staat het wel aangeduid bij het binnenrijden van zo’n garage, maar dan is ‘t veelal wel al te laat. Wat sommige mensen ertoe aanzet om direct hun auto in achteruit te zetten, terwijl dit volgens mij toch een erg laattijdige reactie is. Wat me wel nog steeds verwondert is dat parkeren niet per minuut wordt berekend, maar per uur. In sommige garages starten ze zelfs de volgende tarief-eenheid al in de tien minuten die aan het nieuwe uur voorafgaan.

Wat het echter meest beklemt is behalve de zintuiglijke prikkels en de beklijvende hoogte, vooral het onveiligheidsgevoel dat mij overvalt in heel wat ondergrondse parkings, overdag en zeker in de avonduren. Dat komt wellicht ondermeer ook door de wilde achtervolgingen in films, de moorden die er plaatsvinden, de maffiagangs die elkaar al racend en met piepende banden bekampen … Kortom parkeergarages, geen plaats voor tere zieltjes of auto’s zonder krasje. Het alternatief: gewoon niet meer winkelen in het stadscentrum, met de trein of bus of met de trein en de plooifiets, of met de auto tot de stadsrand en dan de plooifiets uit de koffer. Allemaal mogelijkheden die uw dienaar al toepast. Geen parkeergarages meer voor mij. Tenzij om dringend te schuilen voor de regen, een toilet te bezoeken of in een automaat iets te eten te halen. Als die toiletten er al zijn uiteraard.