Meer en meer kom ik ervan overtuigd dat autisme volledig los staat van begaafdheid, in tegenstelling tot kennis van en inlevingsvermogen in mensen met autisme.
Bepaalde mensen denken, met welk (verborgen) motief dan ook, dat autisme geneesbaar is. Sommigen menen zelfs nog dat autisme ‘uitgevonden is door de softe sector en münchausen-by-proxy moeders om geld te verdienen’. Mensen met heel wat onverwerkte frustraties en een zieke verborgen agenda als je ‘t mij vraagt.
De manier waarop er gekeken wordt naar (mensen met) autisme en hun omgeving zegt niet zozeer iets over autisme zelf, maar eerder over de manier waarop mensen zich in deze samenleving onder elkaar gedragen en hoe ze elkaar bekijken. Het is jammer dat sommige ‘critici’ het kind met het badwater weggooien en er niet op een zorgvuldige manier mee omgaan. Te rade gaan bij mensen met autisme zelf en de mensen in hun omgeving, de zogenaamde ‘bevoorrechtte communicatoren’, is de beste manier om erover te leren, niet door maatschappijkritiek of uitsluitend deskundigen te consulteren.
Dat autisme in (heel wat) situaties een handicap is, hoeft nog niet te betekenen dat we kunnen proberen elke dag te genieten van elkaar – wederzijds, mensen met en zonder autisme. Jammer genoeg past die manier van denken vaak niet in een consumptiemaatschappij waar een ieder op individuele prestaties is aangewezen.