Leven voor de vuist weg

Elke dag opnieuw is dit leven voor de vuist weg. Ik maak me klaar voor een voorstelling zonder repeteren. In een lichaam zonder passen. Met een hoofd zonder overleg. De rol die ik speel, ken ik niet. Ik weet alleen: hij is van mij, mag niet geruild.

Waar het stuk over gaat, moet ik maar raden, op het toneel. Beroerd voorbereid op de ‘eer’ van het leven, moet ik bekennen: ik kan het opgelegde tempo nauwelijks aan. Ik improviseer wel, maar walg van bedenken op het ogenblik zelf. Bij elke stap struikel ik, over de omstandigheden of over mijn ondeskundigheid. Mijn manier van doen moet ik voortdurend ontsmetten van de kleinsteeds bekrompenheid. Mijn instincten zijn die van een liefhebber in de kunst, die er echter slechts oppervlakkige kennis van bezit. De plankenkoorts is mijn excuus, maar vernedert mij nog meer. Geen verzachtende omstandigheden asjeblieft, die ervaar ik als wreed.

Natuurlijk is het niet mogelijk om woorden en reflexen terug te trekken. Je kan alleen hopen dat zoveel mogelijk mensen zich bedrinken zodat hun geheugen nog verder aangetast wordt. En natuurlijk zijn er ook te veel sterren om te tellen, laat staan te observeren en te analyseren. Zolang ze maar blijven waar we zijn en niet dichterbij komen.

Mijn karakter, daarover is al veel geschreven. Voor mij is het een jas die ik al rennend dicht knoop. Averechts. Als ik over straat loop voel ik me haast de belichaming van de overhaasting zelve.

Lange tijd heb ik gehoopt één woensdag bijtijds te kunnen oefenen, tijd te stelen om eindelijk mee te zijn, heimelijk zelfs voorsprong te nemen in mijn ontwikkeling. Ook om één donderdag een keertje te mogen herhalen, al was het maar een donderdagmiddag van twee tot vier … als ik al een moord zou kunnen plegen zou ik het daar voor doen.

Onverbiddelijk is er elke week echter weer de vrijdag en, gruwelijkst van al, de vrijdagmiddag, het einde van de werkweek … met een voor mij onbekend scenario, een verandering van rol naar weekendmens, een nieuw weekschema dat belooft grondig in de war te worden gebracht. Want natuurlijk verandert alles voortdurend en zonder aankondiging.

‘Is dat fatsoenlijk ?’ vraag ik jullie. Met schorre stem. Want het is mij niet eens toegestaan, door de Maatschappelijke Regels, om mijn keel te schrapen en luidop te blijven schreeuwen.

Uiteraard is het een illusie dat dit alles maar een vluchtig examen is dat in een voorlopige ruimte afgelegd wordt. Want zolang ik niet ben afgegaan, sta ik te midden gigantische decors. Hoewel ik de context rondom mij niet kan zien, kan ik op basis van beperkte waarneming heus wel voelen hoe stevig alles is. Onwrikbaar.

Van wat ik waarneem wordt ik getroffen door de details, de precisie, de technisch hoogstaande architectuur.

En van wat ik verder zie … dat is nog meer verbluffend. Een wereldtoneel van verleden en toekomst.

Het draaimechanisme van de vloer werkt al een poos. De grootste toneellampen branden allemaal. Voor mij een zaal vol mensen uit een ver verleden, op de eerste rij : Lucy, Adam en Eva.

Geen twijfel dat dit de première is. En dat wat ik ook doe, voor altijd verandert in wat ik heb gedaan.

Geïnspireerd door ‘Leven voor de vuist weg’ van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska

De trackbackURI naar dit bericht is: http://tistje.wordpress.com/2009/11/11/leven-voor-de-vuist-weg/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Eén commentaar Leave a comment.

  1. Hi Tist _heb me uitstekend vermaakt met deze postulantie (kan zo een woord wel)° _kan alleen hopen dat ook zo voor je was “op de planken” Mijn vermoeden is dat leven heel ge vaar lijk zijn kan/Maar noodzakelijk.
    Harry Groet

    ° ‘een postulant postuleert’/maar zonder VanDaele waag ik me niet verder het is al een hele warhoop in mijn hooft met al die Europese talen en nog wat
    http://lanniewelleven.wordpress.com


Leave a Comment