Loser of autist ?

In Vlaanderen zijn de twee meest gebruikte scheldwoorden onder kinderen tussen zes en twaalf, bijvoorbeeld op de speelplaats van de lagere school, loser (‘verliezer’, hoewel soms met twee o’s geschreven op die leeftijd) of anderzijds autist.

Dat betekent dat kinderen er al van heel jonge leeftijd heilig van overtuigd zijn dat ze ten koste van alles moeten winnen. Er zijn daarnaast ook meer verliezers dan winnaars. En niemand wil met het kamp van de verliezers geassocieerd worden.

Het scheldwoord ‘autist’ wijst volgens mij niet zozeer op autisme in de eigenlijke betekenis van het woord, maar op kinderen die zich terugtrekken uit een samenleving waar ze alleen maar geacht worden te winnen. Ze gaan dus steeds vaker aan de kant staan, en weigeren mee te doen met dit soort spelletjes.

We kunnen dit ook op ruimere schaal zien. In de jaren tachtig was faalangst de ‘rijzende ster’ in de top tien van ’stoornissen’. Afgelost door sociale angst in de jaren negentig. Dan was het niet meer zozeer angst om te verliezen, om te falen, maar een fase verder, angst om zich onder de ‘medeconcurrenten’ te begeven.

Autisme is nog een stap verder. De kinderen trekken zich helemaal terug uit die sociale competitiviteit. Dit kan niet los gezien worden van een samenleving die alleen maar winnaars wil, en iedereen voortdurend tegen elkaar opzet in een moordende concurrentie door premies, bonussen en functioneringsgesprekken.

Vrij citaat uit het interview met psychoanalyst Paul Verhaeghe over zijn boek ‘het einde van de psychotherapie’ in het VPRO-boekenprogramma (zie ook interview op Klara)

De trackbackURI naar dit bericht is: http://tistje.wordpress.com/2009/09/23/loser-of-autist/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Leave a Comment