Een kameel in de bergen

Wellicht een van de bekendste uitspraken van iemand met autisme die in de boeken is blijven voortleven is die over de kwaliteit van beslissingen die in groepsverband genomen worden. Hij was ervan overtuigd dat een kameel niets anders was dan een paard ontworpen door een team, dus door groepswerk. Dat is meer beledigend voor de kameel dan voor groepswerk.

Mensen zijn niet zomaar kuddedieren. Dat wist Aristoteles al in zijn Politica. Mensen overstijgen kuddedieren vooral door hun spraak. Waarmee ze aanduiden wat nuttig dan wel schadelijk is, wat recht dan wel onrecht is. Helaas is de spraak mettertijd verarmd. Recht evenredig in het kwadraat is dat ook het geval geweest met de voeling van mensen met recht en onrecht.

In groepswerk kan er veel fout lopen. Dat heeft de wereldgeschiedenis al voldoende getoond. Mensen worden afhankelijk van een leidersfiguur, en leiders nemen meestal niet de beste beslissingen. Zeker niet als ze onder invloed raken van statusangst.

Het is mogelijk om de optelsom te maken van wat iedereen afzonderlijk wil, en dan de gemene deler berekenen. Maar de waarheid ligt zelden in het midden en is zelden belangrijker dan de levenskwaliteit en het pragmatisch evenwicht.

Het is mogelijk om meerderheid tegen minderheid te laten stemmen. Maar de meerderheid heeft het alweer zelden bij het rechte eind. En de meerderheid beroept zich vaak op kwantiteit, terwijl kwaliteit meestal op ‘t laatst de overhand neemt.

Het is mogelijk om de grond van de zaak als technisch & voer voor deskundigen te beschouwen. Maar uiteindelijk is dat zelden of nooit het geval. De grond van de zaak is voor generalisten. De uitwerking & toepassing van het basisidee is voer voor de specialisten.

Het is mogelijk om kwesties relatief en subject te benoemen, om de discussie te omzeilen. Maar dan worden doorgaans niet de antwoorden geselecteerd die op lange termijn het beste blijken.

In heel wat examens voor functies waar verantwoordelijkheid en inzicht nodig is, wordt het kunnen in groep werken, denken in functie van de meerderheid, pragmatisch denken en doelmatig handelen duchtig getest.

Daartoe worden vaak vraagstukken gegeven. Het is de bedoeling dat duidelijk wordt dat de kandidaat kan omgaan met en inzicht heeft in fenomenen als macht, invloed, tucht en coalitievorming.

De oefeningen die mij het meest tot de verbeelding spreken, zijn deze die gaan over overleven in een of andere onmogelijke situatie.

Zo kreeg ik ooit deze vraagstelling:

“Stel je voor dat er op een zondagmorgen in oktober een vriend bij je huis stopt en je voorstelt een hele dag met hem te gaan rijden in de bergen om zijn nieuwe jeep uit te proberen. Je trekt vlug een jeans, een T-shirt en sportschoenen aan en gaat mee.

De hele middag ben je al op pad in een afgelegen deel van een berggebied met hoge toppen en diepe ravijnen. Je woont namelijk in zo’n gebied.

Plotseling steekt er een sneeuwstorm op. De weg wordt onberijdbaar. Je kan nauwelijks zien waar je rijdt. Plots begint de jeep te slippen en je stort honderden meter diep van een steile bergwand. Je vriend is (natuurlijk) op slag dood en de jeep total loss.

Als bij wonder leef jij nog. Volgens je oriëntatie ben je zo’n vijftig tot zestig kilometer van de dichtstbijzijnde hulppost. Je kijkt omhoog en ziet een paadje naar een zomerhuisje vlakbij. Er is echter geen verwarming noch telefoon, maar het huisje heeft wel een open haard en een week voedsel.

Om een of andere reden besef je dat je niet op goed geluk bij het huisje kan blijven tot je gered wordt. Niemand heeft er enig idee van waar je zit. En je bent in een afgelegen deel waar alleen toevallige wandelaars komen. Of verongelukte zotten die zich met t-shirt en bottinen de bergen in laten voeren door roekeloze chauffeurs.

Wanneer de storm gaat liggen, en je huisje mooi ingesneeuwd is, wil je toch een poging wagen om naar de bewoonde wereld terug te keren. Je merkt dat het huisje goed gevuld is met kampeeruitrusting en andere voorzieningen en dat je bijna alles vindt wat je nodig hebt. Maar je weet dat je overlevingskansen afhangen van de zorgvuldigheid waarmee je je maximum 25 kilogram uitrusting samenstelt.”

Vervolgens krijgt elke kandidaat een lijst van 28 spullen met daarbij het gewicht. Bedoeling is dan in groep te komen tot een compromis. Wat niet eenvoudig is omdat je elkaar meestal niet kent, er onderlinge competitie is en de sluwsten die willen winnen meestal niet de slimsten zijn.

Wat ik zelf zou meenemen is een wollen muts (0,5 kg), bergbeklimmersgereedschap inclusief houweel (5 kg), een rugzak met draagriem (3 kg), een slaapzak (2,5 kg), een donsjack zonder muts (1,5 kg), sneeuwschoenen (2,5 kg), een plastic zeiltje van 3×3 m (1 kg), acht dozen graanvlokken met hoog eiwitgehalte (2 kg), EHBO-doos zonder spalken (1,5 kg), een plastic veldfles met water (1 kg), gereedschap om vuur te maken (0,25 kg), een mes met blikopener (0,25 kg) en 45 meter touw doorsnede 11 mm (4 kg). Doorgaans komt dat uit op precies 25 kilogram. Zelf zou ik geen 25 kg kunnen dragen doorheen de bergen, maar dat is een andere kwestie.

In het weekendhuisje laat ik zware wollen wanten (1 kg), een bijl (4 kg), 15 meter touw doorsnede 3 mm (0,5), een steelplan om sneeuw te smelten (1,5 kg), een kampeerzaag (0,5 kg), een petroleumbrander met brandstof (5 kg), een blik gestoofd rundsvlees (5 kg), een zwaar wollen jack met muts (5 kg), vijf literblikken met groentesoep (5 kg), ski’s om bergafwaarts te gaan met skistokken (5 kg), een luchtmatras (1,5 kg), jachtlaarzen (3 kg), een canvastent (7,5 kg), EHBO inclusief materiaal voor het zetten van gebroken benen (2 kg), een dikke wollen broek (2 kg).

Uiteraard kan je veel bedenkingen hebben bij deze opdracht. Voor iemand die dit vraagstuk voor de neus krijgt geschoven worden al meteen heel wat bedenkelijke beslissingen genomen.

Om te beginnen zou ik afvragen of iemand die op een zondagmorgen zich laat ompraten door een roekeloze rijkeluischauffeur tot een dag in de bergen (als er al kans is op sneeuwval bovendien), en met enkel t-shirt en jeans, wel kans maakt op overleven in een tocht door de wildernis terug naar ‘de beschaving’ ?

Echter, de kans dat hij het haalt mag dan nog minimaal zijn, het is nog altijd beter dat hij vertrekt. Niet enkel omdat hij dan onderweg kan sterven, en de bodem kan verrijken als humus. Ook omdat de mensen die na hem komen niet zijn lijk vinden maar het lege hutje zien en een reddingsactie op touw kunnen zetten.

Het doel van zo’n vraagstuk is natuurlijk met vreemden in een groep snel compromissen te sluiten en overeen te komen. Het is soms verwarrend te denken dat het doel is het vraagstuk op te lossen. Het vraagstuk op zich is slechts een alibi voor het werkelijke vraagstuk, zoals meestal in die situaties Het letterlijk nemen is dus niet zo’n goed idee. En het spel te ernstig nemen kan ook kwalijke gevolgen hebben. Deze oefening is dus in alles overleven: in groepswerk, in logisch denken en in de verbeelding in de bergen.

De trackbackURI naar dit bericht is: http://tistje.wordpress.com/2009/06/16/een-kameel-in-de-bergen/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Eén commentaar Leave a comment.

  1. Afgrijselijk idee. Ik ben zo’n type dat zeker twintig keer terugstrompelt om het één alsnog voor het ander in te ruilen. Volstrekt kansloos … ;)


Leave a Comment