In een diagnostisch of multidisciplinair verslag ter verantwoording van een ondersteuningsnood staat al eens dat er sprake is van een bepaalde GAF-score. Laatst vraagt iemand mij wat dat eigenlijk betekent. Zelf raak ik er ook niet altijd uit. Vandaar een zoektocht.
GAF blijkt te staan voor Global Assessment of Functioning, vrij vertaald een globale beoordeling van het functioneren, of een maat hoe iemand psychisch, sociaal en beroepsmatig functioneert binnen de samenleving op dat moment, met een score van 100, uitstekend functioneren, tot 1, blijvend zichzelf gevaar toebrengen. Van geestelijke gezondheid tot een ernstige stoornis, wordt er een score toegekend. Sociale vaardigheden, uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven, beroepsmatig functioneren zijn hierbij belangrijk qua invloed. Middelenmisbruik, somatische problemen en andere last wordt niet geëvalueerd.
De GAF-schaal is het meest gebruikte instrument voor de meting van de ernst van een psychiatrische aandoening, zeker niet in de laatste plaats omdat deze kan worden ingevuld op de vijfde as van de DSM-IV. Het vormt dus een onderdeel van het diagnosesysteem. Het kan niet los gezien worden van de ‘vijf assen’ van de DSM-IV. De GAF, die op de laatste as staat, vervolledigt het beeld van de vorige vier assen. De GAF-schaal kan desgewenst worden uitgesplitst in een gedeelte voor sociale belemmering (GAF-s) en een gedeelte voor psychopathologische belemmeringen (GAF-p) – volgens de World Health Organization.
Iemand kan een depressie hebben en het Syndroom van Asperger. Heeft hij een goede emotionele draagkracht om hiermee om te gaan, en weet hij zich te beredderen, dan leidt dit tot een hogere GAF-score. Heeft hij met dezelfde diagnoses eerder een zelfmoordbeeld, dan zal er een lage GAF-score zijn. De manier hoe iemand functioneert, de emotionele draagkracht, en de ernst van de symptomen .. daar is een GAF-score een indicatie voor.
Iemand met een GAF-score van bijvoorbeeld 57 zal zowel matige moeilijkheden ervaren in het individueel functioneren als matige problemen in het functioneren binnen werk, thuis en/of school. Deze matige symptomen kunnen bijvoorbeeld frequente depressieve stemmingen en slapeloosheid zijn, occasionele angstaanvallen, onaangepast taalgebruik, eetproblemen of ondergewicht. Op het werk zijn er weinig vrienden of veel conflicten met collega’s.
Iemand met bijvoorbeeld 70 daarentegen heeft hetzij milde aanhoudende symptomen hetzij moeilijkheden in school, werk of thuis die niet slechts te maken hebben met psychosociale stressoren. De persoon heeft wel betekenisvolle interpersoonlijke relaties, wat bij mensen met een GAF-score van 57 veel minder is.
De GAF-score gaat niet over de toestand van de hersenen van iemand maar over diens algemene levensomstandigheden. Zo’n score kan een indicatie geven over hoe goed of hoe slecht het met iemand gaat op het moment van observatie. De groep die het laagste scoort zou in principe praktisch elke mogelijkheid aangrijpen om zichzelf van kant te maken.
De GAF-score is tevens een momentopname, een soort schatting door het diagnostisch of ondersteunend team. De GAF-score wordt meestal bepaald door te scoren op een wetenschappelijk onderbouwde vragenlijst.
De interpretatie van de antwoorden is daarentegen een zaak van psychologisch inzicht, ervaring van de deskundige en de mate van medewerking van de te evalueren persoon. De GAF-score wordt ook niet door alle deskundigen beschouwd als een goede indicatie en bruikbaar instrument.
Het is voor sommige mensen ook een enge gedachte dat een arts door middel van een test in een cijfer zijn toestand weergeeft. Zij vrezen dat de uitkomsten van testen als een grotere waarheid wordt gezien dan hoe iemand functioneert op moment dat hij in levende lijve aanwezig is bij de ondersteuner of in de situatie. Gedrag verandert immers voortdurend, volgens hen. Deskundigen gaan echter vooral voort op indicaties vanuit tests, en houden de veranderingen in het functioneren onvoldoende bij, aldus sommigen. De GAF zou dus te weinig dynamisch zijn.
Niet zozeer de GAF-score maar wel de tijd om iemand te beoordelen is echter een probleem. Professionelen staan voor heel wat dilemma’s. Weten zij voldoende van een cliënt om een zo goed mogelijke ondersteuning op te zetten ? Hoe kan ik zo veel mogelijk cliënten helpen binnen een beperkt tijdsbestek. Dit zijn meestal vragen die tegenover elkaar en tegelijk worde gesteld. Efficiëntie is daarbij vaak een groot probleem.
In die zin kan de GAF-score zowel een valkuil als een brug zijn naar een betere ondersteuning.