Sabine
maart 22, 2008
[PDF] Zaal twee in de Sfinx in Gent zit bijna driekwart vol als ik vorige maandag de filmzaal kom binnengewandeld. Op uitnodiging van de Vlaamse Vereniging Autisme ga ik naar de documentaire Elle s’appelle Sabine kijken. Bij de ingang van de filmzaal staan enkele vertrouwde gezichten van de VVA aan een standje met boeken en informatie over autisme.
Elle s’appelle Sabine is een docu van Sandrine Bonnaire over haar zus, de Sabine uit de titel, voor en na een periode van psychiatrische opname. Bonnaire zelf is een actrice, bij mij onbekend maar in Frankrijk blijkbaar gevierd. De documentaire, die ze zelf filmt en voorziet van commentaar, is al eens getoond op de Franse televisie.
Sindskort loopt de documentaire in enkele kleine zaaltjes in ons land. Het is duidelijk, zeker na het bekijken ervan, dat het hier niet gaat over een film voor de grote massa. Elke vergelijking met kaskrakers als Ben X of Rainman, of zelfs meer obscure films als Snowcake en Mozart & the Whale, loopt mank. Mijn mening over Ben, terug te lezen in het tijdschrift van Autisme Centraal, is na het bekijken van Sabine onveranderd. Ben is een verhaal, Sabine is een documentaire, maar beiden tonen, zij het voor een ander publiek, hetzelfde. Een wereld verschil maar wel dezelfde grond.
Op zich toont Sandrine Bonnaire me in haar documentaire weinig nieuws. De leefgroepen waar haar zus, nu 38, haar dagen doorbrengt zijn me bekend. De desastreuze gevolgen van medicatietherapie tijdens internering en de onwetendheid over autisme in de psychiatrie zijn geen verrassingen. Wat niet weg neemt dat ze mogen getoond worden, maar of ze de manier waarop Bonnaire ze toont voor een ruimer publiek duidelijker worden is maar de vraag. De documentaire Het leven zoals het is over de gezinsverpleging in Geel lijkt me dan iets grensverleggender, zonder dat de twee docu’s echt veel gemeen hebben
In haar documentaire wisselt Sandrine Bonnaire de beelden van het instellingsleven af met familiefilmpjes van Sandrine als levenslustig jong meisje. Als achtergrondstem vertelt Sandrine hoe haar bizarre zusje in de loop van de puberteit het steeds moeilijker krijgt met de schoolse context en geen aangepast onderwijs meer vind. Sabine krijgt de ene ongepaste diagnose na de andere.
Sabine woont eerst bij haar moeder die haar zo goed en zo kwaad als het kan verzorgt. Ze blijkt redelijk zelfstandig, rijdt door het dorp op haar scooter, maakt poppen als hobby. Ze blijkt zich dus te beredderen. Door diverse omstandigheden, zoals de dood van haar broer en verhuis van haar zussen, raakt ze haar emotioneel en psychisch evenwicht kwijt. Ze wordt agressief en onhandelbaar. Haar zussen merken dat ze op zoek moeten naar een instelling waar ze kan wonen. Ze kloppen overal aan maar blijken nergens plaats te vinden, tenzij in een psychiatrische instelling waar ze Sandrine dan laten opnemen. Zonder te weten waar ze aan beginnen en als laatste toevluchtsoord.
In die psychiatrische instelling wordt ze vijf jaar lang met medicatie behandeld, met beperkte, en vooral repressieve behandeling. Van de periode in de instelling of van de behandelaars is er beperkte inbreng in de documentaire. Het zwarte beeld met de achtergrondstem zegt wel heel wat over de betekenis die Sandrine Bonnaire geeft aan die periode, die van het zwarte gat, de vergeetput van de psychiatrie. De deskundigheid van de zelfingeroepen wetenschappelijke objectiviteit van de psychiatrie duldt immers geen tegenspraak. Niet van de familie, die deel van het probleem wordt beschouwd, niet van andere deskundigen, die door de familie opgestookt worden, noch door buitenstaanders
Het is dan ook een wonder dat de familie na vijf jaar Sabine uit de handen van de psychiatrie weet te ‘redden’. In vijf jaar ongepaste medicatie, als gevolg van ongepaste diagnoses en beperkte ondersteuning, verzwaart Sabine, gaan haar motorische en verstandelijke mogelijkheden erop achteruit en begint ze te kwijlen. Ze is na die vijf jaar geëvolueerd van bizar labiel naar psycho-infantiel met autistische trekken. De ‘revalidatie’ kan beginnen, zo die überhaupt al mogelijk is.
Ook buiten de instelling, tegenwoordig, is er weinig bekend over autisme. De tijden zijn sindsdien dus niet erg veel veranderd. Of er een verschil is tussen Frankrijk en Vlaanderen, kan moeilijk gezegd worden. De psychiater die aan het woord wordt gelaten in de documentaire, geeft in elk geval een uitleg die ik nog wel eens gehoord heb, en die bijna onwezenlijk merkwaardig en volledig verkeerd lijkt. Een uitleg die een ondertoon heeft van ‘ik weet het niet maar als deskundige ben ik opgeleid om te lullen’.
De machteloosheid is zowat het enige wat iedereen in de documentaire gemeenschappelijk heeft. Uit de beelden van de omgeving waar Sabine aan het einde verblijft, is dat duidelijk op te merken.
Elle ’s appelle Sabine is een documentaire die zeker en vast beklijft en bijblijft. Het vertelt een verhaal van twee zussen, brengt woede over, vragen maar ook de tederheid van Sandrine die niet langer de Sabine van haar jeugd herkent. Ze stelt zich niet de vraag of dit een gevolg is van de aftakeling van een ziekte, die dan niet het autisme is, of van de invloed van familiale omstandigheden en opvang, of van het medische apparaat. Meteen wijst ze op de beperkingen van het psychiatrisch bestel die haar zus dwongen tot een metamorfose.
De enscenering getuigt van artistiek inzicht en van veel werk, maar lijkt op sommige momenten echter te sterk gekleurd en niet eerlijk gefilmd. Bij momenten soms zelfs wat te pamflettair.
Niettemin kunnen we daardoor kijken naar een intieme documentaire die ons een blik gunt in de psychiatrie, zonder de schade te bagatelliseren, zonder de stuipen, schreeuwen en onmogelijkheid om langer emoties te verwerken weg te knippen.
Sabine lijkt de ambitie gehad te hebben een ‘het leven zoals het is’, een reality-film, te zijn, maar is het niet geworden. Het is maar een deel van dat leven, een documentaire vanuit de visie van een zus.
Sommige fragmenten zijn erg aangrijpend, andere stukken lijken eerder goedkoop sentiment.
Twee fragmenten die meest aangrijpend zijn, zijn die met de zwaar epileptische jongen en het interview met diens moeder, en vervolgens wanneer Sabine kijkt naar de dvd die Sandrine maakte over de reis naar New York die ze voor de internering maakten
Wat me vooral bijblijft bij het verhaal van de epileptische jongen is behalve zijn stuipen, en de zelfbeschadiging, ook de invloed van de medicatie die iemand in een staat van praktisch verstandelijke onnozelheid kan brengen, zoals de moeder zelf letterlijk aan den lijve ondervond. Ook het schuldgevoel die de moeder heeft, is herkenbaar. Ze kan het wel wegrationaliseren, maar het blijft.
De reactie van Sabine bij de beelden die ze te zien krijgt van haar reis naar Amerika, zijn eveneens beklijvend.. Deze reis krijgt een prominente rol in de film. Het zegt veel over Sabine dat ze als kind al sterk gefascineerd is door Amerika. Misschien is dit ‘au-delà’, het ‘verreweg’, het ‘Shangri-La’ dat haar verstand zoekt, de vluchtweg van de verbeelding. Maar los daarvan tonen de beelden wel een Sabine die straalt, in een roes leeft, in haar ogen een aankomende waanzin, al op de rand.
De Sabine die al die jaren later naar de beelden kijkt, is een wereld verschil. De tranen die ze toont over het verschil zijn in elk geval echt. Haar ongecontroleerde hartenkreet ook. De gevoelens die er niet meer uit kunnen nog veel meer. Als ik buiten wandel in de Gentse buitenlucht, blijf ik toch met de vraag wat er van haar zou geworden zijn mocht ze niet in de psychiatrie zijn geraakt. Zou deze documentaire gemaakt kunnen zijn ? Zou er nog wel een Sabine geweest zijn.
maart 23, 2008 at 4:18 pm
Ik heb de film niet gezien en nu ik weet waarover hij gaat wil ik hem ook niet zien. Als je zelf een tijdje in de wereld van de psychiatrie hebt vertoeft, dan weet je hoe het eraan toegaat. Ik heb het uiteindelijk gehaald, mijn moeder niet. Als ik soms op forums lees van mensen dat ze die of die medicatie hebben gekregen wil ik het altijd uitschreeuwen dat ze die troep best in de vuilbak gooien, maar ik weet ook wel dat ik dat niet kan maken.