Wie heeft het Syndroom van Asperger ?
februari 24, 2008
De afgelopen tien jaar zijn er in de gesproken en geschreven media een aantal merkwaardige rechtszaken de revue gepasseerd.
Soms worden ze bekend door de naam van één persoon, die het publiek mateloos blijkt te fascineren, zoals de einzelgänger-kraker-fantast Marcel T., of de moordenaar van ’s lands held Pim Fortuyn, Volkert van der Graaff, of de emotieloze Hans Van Temsche. Ze hebben gemeen dat een vorm van autisme, meerbepaald het Syndroom van Asperger, wordt aangevoerd als verklaring voor de onverklaarbare dwang en emotieloosheid van de dader.
Soms blijft het ook een verhaal zonder gezicht, zoals dat van de autistische man die met een hakbijl een meervoudige moord pleegt, en vervolgens doodleuk uren op MSN met zijn vriendin begint te chatten. Of de krant bericht weer eens van een overspannen autist die zijn familie vermoord en vervolgens emotieloos zijn verhaal voor de rechter brengt en die zelfs onderbreekt op details.
Waar bepaalde criminelen vroeger als paranoïde, achterdochtig, schizotypisch, asociaal gestoord, hysterisch, psychopaat, schizofreen, borderliner of manisch-depressief werden betiteld, krijgen ze nu het etiket ‘Asperger’ of een andere vorm van autisme opgekleefd. In bepaalde gevallen is de grens dun, maar niet in alle gevallen.
De opkomst van de diagnose Asperger is uiteraard niet een fenomeen dat beperkt blijft tot de rechtszalen. In bepaalde landsgebieden waar een overpopulatie techneuten woont, zien we steeds meer diagnoses. Daarnaast komen er ook steeds meer, niet steeds onbetwiste, autobiografieën en getuigenissen van autisten op de markt.
Verder zijn er ook nog de eindeloze discussies over diagnoses die retrospectief, postuum of literair zijn. Zo kan een brave huisvader na 40 jaar plots een diagnose autisme opgeplakt krijgen, soms onder druk van zijn echtgenote die meer en meer verbanden ziet met zoonlief. Ook iconen als Andy Warhol of Albert Einstein worden bedacht met de diagnose Asperger. En naar verluidt zouden ook een aantal karakters, ondermeer in de boeken van Jane Austen, gediagnoseerd kunnen worden met Asperger. Dat heeft uiteraard consequenties voor de individuen met de diagnose, hun omgeving, voor de hulpverlening en het onderwijs.
Interessanter dan de vraag of de opkomst van de diagnoses al dan niet terecht is, zal de vraag zijn wiens of welke ideeën nu eigenlijk aan de basis liggen van het Syndroom van Asperger.
-
Het zou kunnen zijn dat het Syndroom van Asperger komt van de naamgever zelf.
-
Een tweede mogelijkheid is te zoeken naar de persoon die het ziektebeeld heeft gepopulariseerd en de naam van de persoon die de aanzet heeft gegeven aan dit ziektebeeld toekent
-
We kunnen ook kijken naar de universele afspraken die binnen de psychiatrie worden gemaakt om tot een diagnose te komen. Daarbij kunnen we opmerken dat de discussie tussen de onderlinge verhouding autisme – syndroom van asperger verre van voorbij is, en de vraag stellen of autisme al dan niet een contactstoornis is.
-
Een laatste mogelijkheid is dat de mensen met Asperger en hun netwerk zelf de inhoud van het Syndroom van Asperger bepalen
Noch de naamgever noch de persoon die het populariseerde, noch de psychiatrische gemeenschap kunnen aanspraak maken op het in handen hebben van het etiket ‘Syndroom van Asperger’. De DSM geeft wel aanwijzingen voor de classificatie, maar de praktische toepassing ervan is te divers om de omgang met mensen met Asperger louter te laten afhangen van deze criteria.
Tot besluit kunnen we dus stellen dat het de personen met Asperger zijn en hun omgeving, ouders en familie die de waarde van de diagnose maken. Zij erkennen al dan niet de beperkingen. Zij zien de mogelijkheden. Zij bouwen aan het zelfbeeld, al dan niet positief, van het individu met de diagnose. Zij maken of kraken het Syndroom van Asperger.