Met vakantie

juli 6, 2009

De grote vakantie is … voor sommigen nog niet begonnen, voor anderen al veel te ver, en nog anderen snakken al naar het einde. Vakantie is meer dan vrij hebben. Voor sommigen is het zelfs hard werken. Wegens studieverlof voor een tweede of vierde zit. Wegens vakantiejob of gewoon door blijven werken. Of wegens verbouwingen aan huis en/of tuin.

Om te beginnen is er sprake van vakantie wanneer mensen hun gewoonlijke dagelijkse activiteiten staken, bijvoorbeeld van werk of van school, tijdens een periode langer dan een weekend, vaak minimaal een week.

In beperkte mate worden die vakantieperiodes zelf gekozen, veelal gaat het om in groep vastgelegde momenten. Zoals wanneer de school gesloten is bij scholieren en studenten. Zoals wanneer de activiteiten van bedrijf of organisatie gestaakt worden. Zelfstandigen nemen meestal vakantie in het ‘laagseizoen’ of helemaal niet.

Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw houdt vakantie vaak in dat er een reis wordt gemaakt. Mensen gaan alleen, met vrienden, in groepen of met hun gezin, naar een andere plaats dan waar ze wonen, om daar andere ervaringen op te doen, ‘recreatieve’ activiteiten uit te voeren met als doel tot ontspanning te komen.

Al naargelang de sociale en economische positie die iemand heeft, is er een keuzemogelijkheid tussen vakantie met cultuur en in de stad, rond het uitgaansgebeuren, met sport, in het teken van taal, met de fiets centraal, met een motor onderweg, te midden de natuur, rond & op het strand, op de camping, met een groep op kamp, met de rugzak op stap (’backpacking’), in een bungalowpark, met woningruil, op seksvakantie, als vrijwilliger of om zich uit te leven in iets dat men graag doet of goed kan.

Mogelijkheden te over dus, hoewel de meeste mensen nog steeds kiezen voor een zon & zee-vakantie, een citytrip of een daguitstap.

Voor doorsnee mensen, en hun huisdieren, wordt vakantie steeds stresserender. Dat komt omdat heel wat onder hen statusangst ervaren bij de planning, beleving en het napraten. De sociale druk om op vakantie te gaan wordt er niet minder op. Wie wel op reis gaat, doet zijn huisdier weg naar mensen die men vertrouwt, naar een dierenpension. Of ze blijven, vaak verwaarloosd, thuis, of worden, in het slechtste geval, aan een boom gebonden onderweg om daar in alle eenzaamheid te sterven. Wie niet op reis is gegaan, naar een bestemming die past binnen het sociale profiel dat men nastreeft, hoort er niet bij, en kan er niet over spreken achteraf.

Soms is het te gek voor woorden als je zulk mensen bezig ziet. Brave, flexibele mensen die zich het hele jaar door de naad uit het ljf werken. Van januari tot ergens in mei. Notabene vooral voor het algemeen belang en voor een pensioen dat er – weet ieder nuchter denkend mens – amper zal zijn. Vervolgens haasten ze zich te pletter naar een vakantiebestemming.

Sommigen komen aan en merken dat hun hotel, hun vakantieverblijf, hun oase van rust waar ze zo naar verlangden niet bestaat, internetoplichterij is of dat ze bedrogen zijn door een erkend reisagent. Anderen arriveren als stresskonijnen na urenlang bumperen naar de snikhete zon. Onderweg hebben ze kennis gemaakt met vloekende bondgenoten, gekrijs, lastbakkerij, slecht eten in baancafé’s, vuile toiletten en zweetoksels. Ter plekke bezoeken ze dan tempels, oude kerken, musea waar ze anders nooit zouden binnenstappen … om foto’s te maken om bij aankomst het thuisfront te imponeren. Ellende ten top.

De meeste mensen zien vakantie dus vooral als een sociale obsessie. Geen luxe maar een noodzaak om maatschappelijk te overleven. Sommige mensen werken juist in de vakantie, en nemen verlof buiten de piekperiode. Niet eens zo’n slecht idee. Je wordt niet gestoord tijdens de vakantie én je kan genieten van dalprijzen als je dan toch op reis wil. Jammer genoeg kan ‘t niet altijd. Door schoolgaande kinderen of door een collectieve bedrijfssluiting tijdens de zomervakantie. En dan moeten ze op reis. En daarvoor is geld nodig. Mensen lenen daar zelfs voor. Of ontzeggen zich tijdens het jaar heel wat. Terwijl op reis gaan toch erg vluchtig is. Het enige wat je overhoudt zijn herinneringen en foto’s achteraf.

Ook mensen met autisme ervaren vakantie vooral als op reis gaan. Uit de herinneringen halen sommigen de reizen met hun ouders op. Die zijn niet altijd even ontspannend, om het zacht uit te drukken. Alhoewel ze vaak wel goedkoper zijn. Wat als een niet te versmaden voordeel wordt ervaren.

Zodra het kan, ervaren de meeste mensen hun vakantie echter liever in gezelschap van de eigen kring. Ook op reis gaan kan daartoe horen. De bestemmingen liggen meestal binnen Europa. Alleen : soms weegt de afstand niet op voor de tijd van het verblijf. Steeds een afweging dus.

Zeker omdat mensen met autisme met het begin van de reis meestal van slag zijn. Een paar dagen voorzien als acclimatisatie aan het begin van de reis, bij aankomst en bij thuiskomst, al dan niet voor de terugslag, is geen luxe.

Sommige mensen met autisme hebben dubbele gevoelens bij op reis gaan tijdens de vakantie. Wanneer ze op reis zijn, verlangen ze naar huis en als ze thuis zijn, verlangen ze om op reis te gaan. Vraag is dan waarom op reis te gaan. Antwoord is meestal omdat het een goed gevoel geeft om er achteraf aan voldaan te hebben.

Sommige mensen met autisme gaan op reis met een organisatie of met een groep. Zo zijn er mensen die zich aansluiten met organisaties die reizen organiseren voor mensen met een handicap, zoals Kompas. In deze organisaties wordt er meestal ook een kennismakingsmoment voorzien, waarin uitgelegd wordt wat er zoal zal gebeuren.

Sommige mensen met autisme gaan volledig op hun eentje op reis. Ze verdiepen zich volledig in de omgeving en observeren de plaatselijke cultuur als een antropoloog. Soms maken ze er zelfs een film van, een reportage of een verslag. Zo krijgen ze een heel nieuw perspectief op de wereld. Soms zijn zij een van de enigen die een oprechte en gegrond respect kunnen opbrengen voor die andere culturen en bekijken ze hun eigen cultuur vanuit een ander oogpunt. Dat lukt maar heel weinig doorsnee mensen. En het verrijkt de eigen algemene ontwikkeling.

Maar er blijft natuurlijk stress. Ondermeer van moeten wennen aan een nieuwe omgeving. Het gevoel de situatie onder controle te hebben geeft rust. Niet zozeer een beeld hebben van wat er staat te gebeuren, maar vooral weten dat wie het organiseert iemand is die zijn beslissingen goed overweegt, en duidelijk maakt is een geruststelling.

Alles tot in het detail op voorhand plannen geeft, integenstelling tot wat men zou denken, geen extra zekerheid. Wel is het belangrijk dat er vertrouwenspersonen zijn ingeval er iets gebeurt, vaste momenten in de dag en een omgeving waar men tot rust kan komen. Wanneer tussen die momenten zelf kleine (veelal autistisch lijkende) activiteiten gepland kunnen worden, en wanneer een aantal vaste gewoontes van thuis op reis toegelaten worden, kan dat de stress beperken.

Als mensen met autisme op reis gaan, heeft dat meestal een doel. Het hoofd leeg maken, er eens uit zijn (om dan opnieuw goed te kunnen starten), een uitstap maken naar iets wat gelinkt is aan een sterke interesse, … Anderen gaan op ‘verbroederingsreis’ in eigen stad of in de buurt, nemen deel aan een tweedaagse motortreffen in eigen streek of reizen met Interrail op eigen houtje door Europa met de trein, verlost van alles en iedereen.

Vakantiestress bestaat niet alleen door alles rond een eventuele reis. Voor werknemers is er de traditionele overbelasting op het werk vlak voor de reis. Voor ouders, en zeker de moeders, is er dan nog eens de stress van het wassen, pakken, de reis, de activiteiten onderweg en het terug uitpakken & wassen.

Sommige werknemers streven een ‘clean desk’ na voor wanneer ze terugkeren, wat niet altijd realistisch is. Daarnaast moeten nog de koffers gepakt worden, en moet het huis veilig en schoon worden achtergelaten. Dat moet allemaal gebeuren direct nadat met werken gestopt is.

Sommige mensen stappen zelfs meteen na het werk in de auto om een veel te lange autorit te maken naar een verre bestemming. Sommigen daarvan komen nooit aan ter plekke. Als ze al niet omkomen, verblijven ze weken in het plaatselijke ziekenhuis of worden gerepatrieerd.

Ook voor huisdieren is vakantie niet meteen de leukste periode. Ze moeten ofwel mee (op een onaangename reis) ofwel naar vreemde mensen, of naar een dierenpension. Of ze blijven thuis en worden verwaarloosd. In het slechtste geval worden ze aan een boom gebonden en achtergelaten, tot ze in alle eenzaamheid sterven.

En dan te weten dat thuis zijn zonder verplichting ook vakantie kan zijn.